Charles Murray en de sociale spelregels – door Leon de Winter

Charles Murray is een van de opvallendste conservatieve denkers in de wereld. Zijn omstreden studie The Bell Curve: Intelligence and Class Structure in American Life veroorzaakte in 1994 een wereldwijde discussie over de vraag in welke mate intelligentie een rol speelt bij de sociale en maatschappelijke ontwikkeling van individuen. Murray wees in dat boek op de feitelijke segregatie die ontstaan is tussen mensen met verschillende intelligentieniveaus: zijn wonen niet door elkaar heen, maar in gescheiden woonwijken.

Ook schreef Murray in The Bell Curve (dat hij ontwikkelde met Richard J. Herrnstein, hoogleraar aan Harvard) over de relatie tussen ras en intelligentie. Dat deel van de studie leidde tot felle debatten, en het verwijt van racisme.

De laatste studie van Murray heet Coming Apart. Het is net zo verhelderend en shockerend als The Bell Curve. In Coming Apart laat Murray zien dat de Amerikaanse ‘blanke armen’ hun traditionele waarden en normen aan het verliezen zijn. Dertig procent van de blanken in Amerika behoren tot die groep. En anders dan bij de hogeropgeleide en meer verdienende blanken het geval is, vallen de gemeenschappen van de arme blanken uiteen: Coming Apart.

Het is een studie met een apocaliptische ondertoon. Vier Amerikaanse kernwaarden stelt Murray vast: eerlijkheid, werkzaamheid, geloof en familie. Al deze waarden verdwijnen uit de  levens van de Amerikaanse blanke onderklasse.

Daarentegen blijken de hoogopgeleiden nog steeds aan het concept van het huwelijk, en een gezinsverband waarin twee ouders voor kinderen zorgen, vast te houden. Ongehuwde moeders komen in die sociale lagen nauwelijks voor.

Bij de blanke armen krijgt veertig procent van de vrouwen kinderen buiten het huwelijk – bij hogeropgeleide vrouwen is dat slechts vijf procent. Laagopgeleide moeders met weinig maatschappelijke mogelijkheden zijn slechte opvoeders: hun kinderen zijn de schoolverlaters, de jonge misdadigers, de binge zuipers en de werklozen.

De blanke onderklasse is niet de enige bevolkingsgroep die deze fatale dynamiek kent. Hetzelfde geldt voor zwarte en Latino gemeenschappen. Ik mocht met Charles Murray een gesprek voeren.

Wat ging er verkeerd in Amerika, Dr. Murray?

Nou, wát er misging en waarom het misging zijn twee verschillende vragen. In Coming Apart heb ik het opzettelijk niet over oorzaken, omdat mijn visie daarop al tot uiting komt in mijn andere boek, Losing ground, waar ik uiteenzet dat naar mijn mening de jaren 60 een ramp zijn geweest. De nieuwe maatschappelijke programma’s van toen hebben de regels van het spel drastisch veranderd voor de Amerikanen, maar in het bijzonder voor jonge, arme Amerikanen. Met name voor zwarte, jonge Amerikanen, maar eigenlijk voor alle jonge Amerikanen.

Het veranderen van de spelregels zorgde voor een maskering van pijnlijke gevolgen op lange termijn, veroorzaakt door fouten die je maakt als je zestien, zeventien, achttien, negentien of twintig jaar oud bent. Het niet afmaken van school, bijvoorbeeld. Betrokken raken bij misdaad, drugs, en misschien ook als vrouw eindigen zonder man: al die consequenties werden gemaskeerd en ik denk dat veel trends die ik beschreven heb hierdoor in gang gezet zijn.

Om het ‘wat’ anders te benaderen: wij hebben klassen gevormd die in aard verschillen van alles wat we hiervoor gekend hebben. Ik bedoel, het geweldige van Amerika is dat Amerikanen allemaal wilden behoren tot de middenklasse. Historisch bekeken waren er veel mensen met ontzettend veel geld, die bestuursfuncties hadden. Die behoorden niet tot de middenklasse, maar cultureel gezien, als je kijkt naar hun levensstijl, waren ze dat wél.

De ‘nieuwe elite’

Dat is veranderd. En het is geen kwestie van geld. Zij zijn niet rijk, zij maken geen deel uit van de 1 procent rijksten. Maar als je kijkt naar hoe ze leven, wat ze eten, wat ze kijken op televisie en welke sport ze doen, zijn dit allerlei schijnbaar onbetekenende veranderingen die samen een andere cultuur creëerden, die ik ‘de nieuwe elite’ noem. Je kunt ze niet rekenen tot de echt rijken, die hebben privévliegtuigen en grote huizen.

In mijn boek gebruik ik het voorbeeld van mijn eigen stad, waar een groot bedrijf van de ‘Fortune 500’-lijst gevestigd was. Mijn vader was daar een van de leidinggevenden. Ons huis was een paar straten verwijderd van het huis van Fred Maytag II, die er de baas van was, en we woonden te midden van allerlei mensen, onder wie de politiechef en zijn vrouw die pianolessen gaf. Tegenover ons woonde een fabrieksarbeider, wat betekent dat die ook maar een paar straten bij Fred Maytag vandaan woonde. Dat is allemaal veranderd. De kloof is heel groot geworden. Dat is de nieuwe elite. De witte, werkende klasse is uiteen gevallen, dat is nu de nieuwe lage klasse. En de bodem van alle oude deugden die deze klasse karakteriseerden – heel hard werken, religieus zijn, gericht op familie – is weggevallen.

Wat doen we met de werkloze, slecht opgeleide jonge mannen in die sociale groepen?

Eigenlijk gaat mijn boek niet over dat specifieke onderwerp, maar ik heb er wel heel sterke ideeën over. Bijvoorbeeld de feministische revolutie, die op veel punten goed was. Ik ben de vader van drie dochters en ik ben heel erg blij dat zij kansen hebben gekregen. Een onvermijdelijk neveneffect daarvan is dat vrouwen ook meer economische kansen hebben gekregen, waardoor de status van de man als kostwinner is afgenomen. Dat soort dingen zijn gebeurd; er zijn nieuwe problemen ontstaan waarmee we moeten leren omgaan. Ik weet niet precies hoe, maar dat het moet is zeker.

Wat niet had hoeven gebeuren is de feminisering van het schoolsysteem. Dat competitie iets slechts is en er niet zou moeten zijn, dat iedereen een prijs zou moeten krijgen, dat zelfvertrouwen heel belangrijk is. Mannen gedijen juist bij competitie, het is een drijfveer om beter te zijn dan een ander en dat geldt evengoed in de academische wereld als waar dan ook. Jongens gedijen bij competitie.

Op allerlei manieren wordt geprobeerd om de macho-elementen, die vrouwen zo storend vinden, uit te bannen. Soms ook met een goede reden. Maar de op winnen gerichte competitie, waar jongens juist bij floreren, is uitgebannen. En dat kun je veranderen, je kunt gewoon weer beginnen met het in ere herstellen van competitie. Daarmee bedoel ik dat het technisch mogelijk is, maar in de VS zie ik nog geen tekenen van verandering.

De vervaagde rol van het ‘manzijn’

En er is ook nog een ander aspect waar we het nog niet over gehad hebben. Een deel van de traditionele man-vrouw-relatie was dat, toen ik opgroeide, een deel van het ‘man worden’ was dat je vrouwen hoffelijk behandelde. Wat ik wil zeggen, is dat jongens van toen net zo geïnteresseerd in seks waren als nu, maar een meisje dronken voeren en dan seks met haar hebben was niet aan de orde, omdat je daarvoor geen respect kreeg van je vrienden. Integendeel, iedereen zou je een schoft vinden. En dat is verdwenen, voor zover ik het zie. Samen met de gedachte dat we mannen en vrouwen als gelijken moeten zien en dat er geen seksuele verschillen zijn, is ook deze manier van denken verdwenen. Terwijl een van de dingen waar je bij jongens juist een beroep op kunt doen, is dat je ze leert dat bij de rol van het ‘manzijn’ hoort dat je verantwoordelijkheid neemt en een ‘beschermer’ bent. Dat werd allemaal weggegooid.

In de Nederlandse verzorgingsstaat kun je het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen leven uitstellen tot je ongeveer 27-28 bent. Met andere woorden, je kunt de puberteit en adolescentie rekken tot je bijna 30 bent. Dat is één van de onvoorziene bijwerkingen van de verzorgingsstaat. We hebben het niet over cyclische gebeurtenissen zoals de economie of de productie, maar over een culturele crisis. En dat is uiteraard een probleem dat niet aan de orde zal komen in de geplande debatten tussen de president en zijn tegenstander.

Dit zijn kwesties waarover een politicus het zich niet kan permitteren een bepaald standpunt in te nemen. Een presidentskandidaat kan zich niet veroorloven te zeggen wat ik zojuist zei over jongens. Dat zou politieke zelfmoord zijn.

Uw boek is van essentieel belang, omdat u daarin de ‘echte’ problemen schetst. We kijken naar ‘make believe’-dingen die ons wijsgemaakt worden, en die dingen zijn niet de dingen die hier gaande zijn. We praten niet over hoe we de productiviteit moeten stimuleren, omdat we weten dat een deel van de reguliere productie nooit terug zal komen. Ik zag uitgestorven kleine dorpjes toen ik mijn reis door Texas en Oklahoma maakte. Het was een nachtmerrie om half verlaten hoofdstraten te zien, de helft van de winkels gesloten, aan de rand van de dorpen zag ik uitgestorven fabrieken, overwoekerd. Het was een vreselijk gezicht. En het is een waanvoorstelling om te denken dat de productie terug zal keren uit Azië. We zitten vast in een diepe existentiële culturele crisis. Hoe kunnen we de discussie hierover stimuleren?

Het goede nieuws is dat, als het gaat om de klassenverdeling, veel mensen zeggen: dit zijn problemen waar ik me ook zorgen over maak, in het bijzonder voor mijn kinderen. In mijn boek zit een quiz, ‘hoe dik is jouw zeepbel’, bestaande uit 25 vragen met betrekking tot jouw leven en als je een hoge score haalt betekent het dat je de gemiddelde Amerikaan begrijpt. Haal je een lage score, dan doe je dat niet. Veel ouders die zelf opgroeiden in de werkende klasse of de middenklasse weten dat hun kinderen een erg lage score zouden halen, omdat zij opgroeien in de hogere middenklasse en naar school gaan met kinderen die precies zijn zoals zij.

Hetzelfde gebeurt op de universiteit en wanneer ze een baan krijgen. Dus ze komen nooit in aanraking met de gemiddelde Amerikaan. Hun ouders maken zich hier zorgen over, en tot op een bepaald niveau kan het zijn dat ik een idee geraakt heb dat nu staat te gebeuren. Het is 50/50, op z’n best. De intellectuele top van de VS gaat steeds meer op Europa lijken. Mijn indruk is bijvoorbeeld dat Franse intellectuelen zich veel meer op hun gemak voelen bij Nederlandse intellectuelen dan bij Franse boeren. Zij voelen daar meer verwantschap mee.

Dat geldt ook voor Amerikaanse intellectuelen. Het is niet zo dat ze zich in de eerste plaats Frans voelen, en dat hun vrienden Franse fabriekswerkers en Franse boeren zijn. Er bestaat daar een zeer grote sociale scheiding, en die zie je nu ook in de VS ontstaan. Het intellectuele deel van de Amerikaanse bevolking voelt zich meer thuis bij Europese intellectuelen omdat ze meer gemeen hebben met elkaar, en zien de gemiddelde Amerikaan als reactionair.

Sterker nog, intellectueel Amerika veracht de gemiddelde Amerikaan. Tegelijkertijd zie je iets vergelijkbaars ontstaan in de ict-wereld. Dit zijn zeer intelligente mensen. Zij werken dan wel niet aan universiteiten, maar ze delen dezelfde culturele waarden en zij hebben de gemiddelde Amerikaan ook niet hoog zitten. Een voordeel zou kunnen zijn dat een groot deel van deze groep Aziatisch is, en misschien dat zij kunnen zorgen voor waarden en normen die ons hierdoorheen kunnen helpen.

De eenheid van de VS bestaat uit de heiligheid van de oorspronkelijke ideeën van de ‘Founding Fathers’. Als je die ideeën wegneemt verdwijnt de eenheid. Want het begint zonder eenheid uiteraard, er is geen etniciteit die al deze mensen verbindt. Het is het enige dat je hebt. Wat gebeurt er als je aan die heiligheid gaat rammelen?

Hier gaat mijn volgende boek over: dat Amerika zichzelf opnieuw zal moeten uitvinden, omdat we niet terug zullen gaan naar een Amerika waar ieder kind op school alle iconische Amerikaanse verhalen leert. De etnische mix is zó snel aan het veranderen dat er staten zijn die binnen een paar decennia voor het grootste deel bestaan uit Latino’s. De Aziatische minderheid is ook enorm aan het groeien. Ik ben daar niet bang voor vanwege de etniciteit, ik ben bang omdat we niet langer de ‘melting pot’ zijn waar iedereen gesocialiseerd, omgevormd werd tot Amerikaan.

Dus als de scholen hier er niet langer aan werken om de mensen die het land binnenkomen uit te leggen hoe het land in elkaar zit, hoe kunnen we dan de lijm die dit land bijeenhoudt behouden? Gebaseerd op het idee dat Amerika anders is, en dat het anders is vanwege het constitutionele overheidssysteem. Vanwege de constitutie die de stichters bedacht hebben en die niet de constitutie is zoals veel Amerikanen die nu ervaren. En heel beangstigende situatie.

In Europa hebben we de fout gemaakt door te denken dat een verzorgingsstaat ook een immigratiestaat kan zijn. En Amerika maakt de fout te denken dat het mogelijk is om een immigratiestaat in een verzorgingsstaat te veranderen. Het creëert hetzelfde soort problemen. En dat betekent dat we in dezelfde rommel zitten, maar aan tegenovergestelde kanten begonnen zijn.

Toch moet ik zeggen dat de immigratie op veel manieren nog steeds positief voor ons werkt, of dat zou kunnen doen. Wanneer ik Latino-arbeiders zie in mijn stad – ik kom uit Frederick, Maryland, ver weg van de Mexicaanse grens – zijn er velen hier aan het werk. Zij gedragen zich heel traditioneel Amerikaans. Ze werken hard, sparen geld, komen vooruit. De Aziaten zijn Amerikaanser dan de Amerikanen zelf. Ze hebben twee banen, de familie komt binnen met niets en hun kinderen gaan naar de universiteit. Ik denk dat wij niet zo’n groot probleem hebben als Europa. Als je eenmaal binnen bent in de EU heb je het eigenlijk al gemaakt [lacht], of je nou uit Noord-Afrika komt of waar dan ook. De verzorgingsstaat is zo open en zo gul dat er ook veel mensen binnenkomen die daar misbruik van willen maken.

Elke samenleving berust op sociale cohesie. Die wordt bemoeilijkt wanneer een verzorgingsstaat grote groepen immigranten opneemt.

Op de lange termijn wel ja. Dit betekent niet dat we onszelf niet opnieuw kunnen uitvinden, maar dit zal moeten gebeuren vanuit een lichtelijk andere grondslag en ik zit momenteel in het proces van erachter komen wat dit precies moet zijn, voor het boek dat ik momenteel aan het schrijven ben. Ik weet niet zeker of ik een antwoord zal vinden, maar daar ga ik aan werken.

Ik denk dat het al heel veel zou schelen als de overheid wat minder betrokken zou zijn bij de economie van Amerika. Dit is een van de weinige redenen waarom ik enthousiast ben over het feit dat Mitt Romney zich kandidaat heeft gesteld. Het is namelijk mogelijk om de Amerikaanse ondernemers onder controle te houden, en ze naar beneden te trekken, en dat is wat Obama tot nu toe gedaan heeft. Romney zal die controle een beetje loslaten en zo zal er iets terug kunnen komen. Ik bedoel, we zullen nooit meer t-shirts produceren en er winst op maken. Het zal al moeilijk genoeg zijn om auto’s te fabriceren en daar winst op te maken – alhoewel de Japanners daar anders over denken – maar er zijn genoeg andere dingen waar Amerika wel competitief in kan zijn. De schuld voor de huidige toestand leg ik bij het beleid en de regels van de overheid.

Goed gedrag

Hoe kan de onderklasse die u beschrijft in uw boek een zinvol leven krijgen?

Dat vereist culturele veranderingen, en die moeten beginnen bij die nieuwe hogere klasse die, zoals ik in mijn boek zeg, moeten ‘preach what they practice’. Want deze klasse gedraagt zich uitermate goed, ze trouwen, blijven getrouwd, maken lange werkdagen. En dat niet alleen, hun kinderen krijgen pas kinderen nadat ze getrouwd zijn. Voor lezers in Nederland en Duitsland: ik weet dat het in jullie ogen verkeerd is om te zeggen dat een alleenstaande moeder met kind iets slechts is.

Maar ik verwijs jullie simpelweg naar sociaal-wetenschappelijk onderzoek dat bewijst dat het sociaal gezien echt een slechte zaak is wanneer een kind opgroeit zonder vader. In ‘de Volksrepubliek’ Santa Monica, waar u heeft gewoond, waar veel mensen wonen met idiote politieke opvattingen, werken veel mensen zestig uur per week in de entertainment business. Die werken ontzettend hard, en zijn heel goed in wat ze doen! Waar het mij om gaat is dat de mensen uit deze hogere klasse zich goed gedragen, maar dit niet willen uitdragen als waarden en normen.

Ze vinden het huwelijk heel belangrijk in hun eigen leven, net zoals dat ze weten dat hard werken hen geluk heeft gebracht. Maar ze willen niet zeggen: ‘dit is de manier waarop de wereld in elkaar zou moeten zitten’. Dus deze mensen uit Santa Monica zullen deze waarden geen plaats geven in de films die ze maken. De mensen die de journalistiek en het nieuws beheersen zullen dit niet naar voren brengen in het nieuws dat ze maken of in de verhalen die ze kiezen, en op deze manier bevestigen ze deze waarden niet.

Tenzij dit verandert. Tenzij deze hogere sociale klasse een nieuw, zelfverzekerd gevoel krijgt over de manier waarop ze zich gedraagt en communiceert. Ik zie niet hoe het anders zou kunnen veranderen. En ik wil ook duidelijk maken dat de beroemde historicus Toynbee, die niemand meer leest, gelijk had op dit punt. Elke beschaving heeft een klasse die niet alleen heel energiek is, maar ook vastberaden, en die de norm bepaalt voor de hele maatschappij. In Amerika hebben we dus een leidende klasse die niet langer wil leiden. Ze is wel vastberaden over haar eigen waarden, maar ze wil de norm niet bepalen. Voor mij is dat tekenend voor een beschaving die achteruit holt. En daarbij zeg ik dat dit ook geldt voor een groot deel van Europa.

Links en rechts

De intellectuelen van rechts moeten de argumenten van links wel begrijpen omdat ze er hun hele leven aan blootgesteld worden, op school bijvoorbeeld. Wij aan de rechterkant, als ik ons tot de intellectuele rechterkant mag scharen, kennen de argumenten van de linkerkant van binnen en buiten. Aan de linkerkant zijn er mensen die het verschil niet weten tussen een conservatief en een liberaal. Ze hebben geen idee van de intellectuele herkomst van het concept  ‘overheid’. Ze hebben geen idee wat rechts denkt, ze hebben een karikatuur in hun hoofd van bekrompen inhalige egoïstische mensen die aan de rechterkant zitten, terwijl de redelijke, slimme mensen aan de progressieve kant staan. De naïviteit van links over rechts in Amerika is markant.

Ik heb hier een peiling, van januari dit jaar, waarin veertig procent van de Amerikanen aangeeft dat ze conservatief zijn, dertig procent is ‘independent’ en slechts eenentwintig procent noemt zich progressief. Wat is er gaande in uw land? Als deze cijfers kloppen, wat ik aanneem, dan betekent het dat Amerika een conservatief land is. Maar toch, als je de krant leest en de nieuwsprogramma’s bekijkt, krijg je de indruk dat dit een sociaal-democratisch land is.

Kijk wat er gebeurt als een verkiezingscampagne openlijk gebaseerd wordt op conservatieve principes, zoals gebeurde in 2010. Dan zie je dat de conservatieven een enorme winst behalen. Wat gebeurt er wanneer iemand als Mitt Romney kandidaat is, iemand die redelijk overkomt maar de basisprincipes van het conservatisme niet uit wil dragen? Dan raken mensen in de war. Ze zagen Romney als een slapjanus, iemand die nergens echt voor staat.

Er heerst een bepaalde sfeer in de Verenigde Staten waarin een uitgesproken conservatief met principes nog steeds wint. Maar als je dat niet hebt krijg je een populariteitswedstrijd, zoals nu. En veel mensen vinden Obama veel sympathieker dan Mitt Romney. Ronald Reagan is het klassieke voorbeeld van het aanspreken van het conservatieve aspect van Amerika. Van het aanspreken van de conservatieve meerderheid, die er is, maar daarvoor moet je wel een principiële conservatief zijn. En politici vinden dat heel moeilijk om te doen, veel van hen tenminste.

Als we Mitch Daniels gehad hadden als presidentskandidaat, een extreem zelfverzekerde gouverneur, een heel fatsoenlijke man, een heel principiële man en ook nog een aardige jongen, zou hij ongetwijfeld tien punten voor liggen in de peilingen. Maar zoals alle dingen gaan in Amerika zullen de mensen die presidentskandidaat zouden moeten zijn dat nooit worden omdat het proces veel te vernederend is. Dat klinkt vreemd, maar om presidentskandidaat te kunnen zijn, moet je je persoonlijkheid weg kunnen gooien. Tenminste, zo lijkt het.

Misschien is de culturele oorlog allang voorbij, en beseffen we dat niet.

Dat denk ik soms ook, alhoewel je niet moet onderschatten dat de Verenigde Staten wel degelijk omslagen gekend heeft. Deze grote  ‘momenten van ontwaking’ waar ik het over heb in mijn boek, waarbij in een tijdsbestek van vier jaar alles verandert. Bijvoorbeeld de mensenrechtenbeweging. Die veranderde van een heel kleine beweging in de jaren 50  in een nationale consensus in de jaren 60. Deze dingen kunnen dus gebeuren. Als ik er geld op in zou moeten zetten, zou ik zeggen dat Amerika een heel rijk en machtig land zal blijven, maar we zullen niet de Verenigde Staten blijven die we in het verleden waren omdat we niet in staat zullen zijn om het proces om te keren.

Het is een land met verschillende zielen op dit moment, en ik weet niet of iemand met verschillende zielen kan overleven. Zie het als schizofrenie, want dat zie ik als ik in de Verenigde Staten ben.

Ik ben bang dat ik het hierin met je eens moet zijn. Een leider, een principiële charismatische leider werd president en kon eindeloos tappen uit een vat vol patriottische liefde voor de oorspronkelijke Verenigde Staten. Het is er nog steeds, het wordt minder, het wordt diffuser, maar er is nog steeds genoeg om het te laten gebeuren.

Dank voor dit gesprek.

Bestel alvast het boek 'Op zoek naar de Amerikaanse droom'

en krijg toegang tot alle artikelen op de website.

inclusief :

  • Boek 'Op zoek naar de Amerikaanse droom' (ISBN: 978-99904-1-610-7)
  • Columns, interviews en reisverslagen van Leon de Winter
  • Columns van gerenommeerde columnisten, commentatoren en analisten
  • Links naar nog meer interessante artikelen en verhalen

3 reacties aan “Charles Murray en de sociale spelregels – door Leon de Winter”

  1. Guerrero
    20 oktober 2012 at 13:12 #

    Hell of a story ! Glashelder betoog over een giga gecompliceerd probleem.Dank Leon dat je deze mensen onder de aandacht brengt,

  2. janszen
    28 oktober 2012 at 14:45 #

    Zeer interessant artikel. In die zin zou ik ook ‘Norman Podhoretz: de schade van de sixties’ willen aanbevelen. Steeds meer onderzoekers ontdekken dat de jaren zestig meer tegen dan voordelen hebben gebracht.

  3. joyceb
    1 november 2012 at 15:02 #

    Interesting article. On another note I read your article in the November issue of eigen huis magazine. I would like to recommend the book BLONDE by Joyce Carol Oats written in 2000 which is about the life of Marilyn Monroe and Los Angeles in the 40´s, 50´s and 60´s . It also has info about the homes she lived in including the one where she died.

    Joyce b

Geef een reactie

Lees vorig bericht:
rolf
De nieuwe Natte Wind van de Week… – door Henryk Broder

…is een oude bekende: Rolf Shimon Eden. Je ziet hem af en toe over de Kurfürstendamm en de daaropuitkomende zijstraten...

Sluiten