Romney gaat dit winnen – door Leon de Winter

Leon de Winter schrijft regelmatig een column in De Telegraaf. Deze stukken zijn ook te lezen op HVW.

Vanaf het moment dat ik las dat Barack Obama twintig jaar lang lid was van de kerkgemeente van de zwarte racist, antisemiet en dominee Jeremiah Wright, heb ik hem met scepsis gevolgd. Niet dat ik geen oog had voor Obama’s kwaliteiten. Hij kan meeslepend speechen, hij kan de indruk wekken het handwerk van de politiek te beheersen, hij heeft een ontwapenende lach. Maar wie twintig jaar de laster van dominee Wright kan aanhoren, en daarna kan beweren dat hij niet weet waarvoor Wright stond, die laat het doel – de politieke macht – elk middel legitimeren. Daarvoor loog Obama zelfs over zijn moeder, die, zo beweerde hij, problemen had met de zorgverzekering toen zij ernstig ziek was; dat bleek niet waar te zijn.

Obama’s politieke vorming begon in zijn jeugd onder de voogdij van een van Hawaï’s bekendste communisten Frank Marshall Davis, op wie hij opvallend veel lijkt (er zijn boze tongen die beweren dat Davis zijn echt vader is en niet Obama Sr. – google het even voor de visuele schok).

Davis was een romantische communist en pornograaf en fotograaf, die ook Obama’s moeder op de gevoelige plaat heeft vastgelegd. Ze ligt ontkleed op Davis’ bed. Met Davis had Obama een sterke band, zoals hij in zijn autobiografie heeft aangegeven. In dat boek geeft Obama Davis een andere naam, maar onderzoekers hebben onomstotelijk vastgesteld dat het om Frank Marshall gaat.

Briljant

Obama’s intellectueel-emotionele denkwereld is daar ontstaan, op Hawaï, naast en tegenover Davis, op wie hij, zo moet hij ook zelf hebben vastgesteld, zo verdomd veel leek. Daarna begon Obama, al heel jong ervan overtuigd dat het presidentschap tot de mogelijkheden behoorde, aan een campagne die hij in feite tot 2008 heeft volgehouden. Dat is briljant. Hij was in staat zijn grote charme, charisma en zelfs huidskleur, die dankzij de wetten die positieve discriminatie bevorderden een kwaliteit werd, in te zetten en te benutten. Tegenstanders werden met grove middelen opzij gezet.

En toen het er om spande, kreeg hij de steun van de machtige Chicago Machine (de oppermachtige en rücksichtsloze Democratisch partij in die stad) en de beste politieke marketingdeskundigen. En van natuurlijk het overgrote deel van de media, die per definitie de Democratische kandidaat steunen en nu helemaal in overdrive gingen want een zwarte man kon tot president gekozen worden. De hysterie van 2008 was ongekend. Obama had het voorzien en geïnitieerd.

Obama’s radicaal-linkse verleden en opvattingen konden met behulp van die willige media uit de aandacht van het Amerikaanse electoraat gehouden worden. Toen hem naar zijn relatie met William Ayers – een radicaal en ex-terrorist – werd gevraagd, antwoordde Obama zonder blikken of blozen dat dat een vage bekende was die bij hem in de buurt woonde; in werkelijkheid was Ayers een intieme vriend. Maar de Amerikaanse media wensten daar geen aandacht aan te besteden. Want Obama was een intelligente, welbespraakte en innemende zwarte man, die net zo dacht als de mensen in de media en als de progressieve academische en artistieke elites die de Amerikaanse kuststroken bewonen. Hij sprak zoals zij, at ook arugulasalade, dronk dezelfde ingewikkelde cappuccino’s, had de leefwijze en opvattingen van een ontwikkelde, bemiddelde progressieve Amerikaan.

Een heilige

Maar zijn hart en zijn diepste overtuigingen liggen veel verder naar links. De media vertikten het om daar te spitten. David Axelrod, de geniale politieke marketeer, kon Obama zonder problemen opnieuw uitvinden. Hij was geen socialist meer – dat werd verdoezeld – maar een zachte sociaaldemocraat. Alles was goed voor de media, als de zwarte man maar werd gekozen. Ook John McCain durfde het niet aan die historische kans te verliezen. Graag maakte hij ruimte voor de jonge, dynamische en overtuigende politicus die door een Keniaan was verwekt. Obama kreeg in feite ruim baan naar het Witte Huis. Hij werd een heilige.

Tijdens het eerste debat is Obama ten overstaan van de hele wereld ontdaan van dat aureool. Voor het eerst kreeg hij serieuze tegenstand, en hij stortte in. Hij kreeg niet de kans zijn retoriek in te zetten. Hij kon niet wegkomen met de bekende formules, en ook de leugens ten aanzien van zijn tegenstander kon hij niet verkopen. Die stond naast hem en aanvaardde geen enkele vorm van bedrog.

Wie was die Romney wel?

Romney, de wereldvreemde multimiljonair die volgens links de rijken wil steunen en de armen wil vertrappen, die verantwoordelijk zou zijn voor de dood van de echtgenote van een door hem ontslagen mijnwerker (ja, zo ver gaan de Democraten in hun smeercampagne), ontpopte zich als een scherpe debater die verschrikkelijk goed wist waar hij over sprak, die kennis had van de echte wereld, die mededogen toonde en tegelijk keihard Obama aanpakte. Romney kwam over als een man die authentiek was in zijn emoties. Obama stond er geërgerd bij. Gebogen hoofd. Een blik vol verwarring, boosheid, ergernis. Wie was die Romney wel? zag je hem denken.

Obama kan dergelijke confrontaties niet aan omdat de Obama die hij moet spelen niet de echte Obama is. Van zijn tegenstander heeft zijn campagne een boosaardige karikatuur gemaakt, en die karikatuur werd door de echte Romney eigenhandig afgebroken. Obama had tegenover zoveel authentieke kracht alleen overeind kunnen blijven als hij de moed had gehad ook authentiek zijn denkbeelden uit te dragen. Maar dat kan niet. Hij is een socialist in hart en nieren. Zijn echte ideeën over de Amerikaanse maatschappij zijn voor negentig procent van het electoraat onaanvaardbaar. En de centrist die hij moet spelen heeft geen tekst wanneer hij principieel wordt aangevallen en de gespeelde centrist bezwijkt. Dan wordt alles wat uit zijn mond komt flets, vals, versleten – want hij meent het niet. Obama kon de authenticiteit van Romney niet beantwoorden.

In het tweede debat zal Obama proberen karaktermoord op Romney te plegen. Maar de echte Obama kan hij niet laten zien. Romney gaat dit winnen.

Bestel alvast het boek 'Op zoek naar de Amerikaanse droom'

en krijg toegang tot alle artikelen op de website.

inclusief :

  • Boek 'Op zoek naar de Amerikaanse droom' (ISBN: 978-99904-1-610-7)
  • Columns, interviews en reisverslagen van Leon de Winter
  • Columns van gerenommeerde columnisten, commentatoren en analisten
  • Links naar nog meer interessante artikelen en verhalen

1 reactie aan “Romney gaat dit winnen – door Leon de Winter”

  1. sword007
    16 oktober 2012 at 10:44 #

    Een puissant rijke telg uit een machtig politiek geslacht tegen een would-be democraat met communistische roots.
    Het blijft verbazingwekkend dat zoveel Nederlanders hopen dat Obama een tweede kans wordt gegund. En dat terwijl er uit een recent onderzoek bleek dat Romney goed is voor 65.000 banen. In Europa wel te verstaan.
    Deels is dit verklaren uit het feit dat Europeanen in een gespreid bedje worden geboren en zich geen zorgen hoeven te maken over het bestaan. En er is in Europa al een progressief belastingstelsel van kracht waardoor de rijken een belangrijk deel van de belastingen betalen, zodat de minder bedeelden zich geen al te grote zorgen hoeven te maken over hoe ze moeten overleven.
    Je ziet datzelfde in de veelal oostelijke staten van de VS. De oude staten van de VS, in de 17e en 18e eeuw op de leest van Europese overhedenstructuren geschoeid, waar tegenwoordig sterk georganiseerde vakbonden en een meest socialistische waarden deel uit maken van de maatschappij.
    Hoe anders is dat te westen van de Mississippi. En de 81e en 19e eeuw trokken kolonisten de rivier over en stichten, vaak in barre omstandigheden, nederzettingen waar ze alleen met heel hard werken letterlijk konden overleven. Op de foto’s van oude mijnstadjes in Colorado bijvoorbeeld zie je nog resten daarvan. Hoog in de bergen staan nog de stille getuigen van deze strijd om het bestaan in de vorm van gost towns.
    De afstammelingen van deze voorvaderen zijn opgegroeid met het gegeven dat alleen met hard werken je kunt overleven en zien niet in dat je hard zou moeten werken voor anderen. Ze zijn tegen de grote herverdeling van welvaart, die we in Europa zo gewoon zijn gaan vinden. M.a.w. bemoeienis vanuit de overheid in de vorm dan regels en belastingen worden met argusogen bekeken.
    Voor Europeanen is het onbegrijpelijk dat zelfs arme blanke inwoners van de staten in het westen van de VS republikeins stemmen. De arme Amerikaan is, in de ogen van de zelf benoemde kansarme onderlaag van de bevolking aan deze kant van de oceaan, een dief van hun eigen portemonnee.
    Toch speelt er nog iets anders mee. Iets, dat de laatste tijd onder Obama met een cynische lach wordt begroet: de hoop dat het ooit beter wordt. Immers, met hard werken kun je het geluk afdwingen denken veel Amerikanen. En dan wil je niet wakker worden met een enorme overheid die groei afremt door niet-liberale maatregelen als Obama-care, ingewikkelde bureaucratische regels en belastingen.
    Amerika is groot geworden door één ding. Dat is de echtgenoot die ‘s avonds thuiskomt en door het huis roept: “Honey, I got a raise!”. Een verdiende salarisverhoging. Daar heeft hij hard voor gewerkt en hij krijgt niet alleen de waardering van de baas, maar ook meer salaris. En, door de relatief lage belastingen van de VS, houdt hij daar aan het eind van de maand veel meer van over dan een verwende Europeaan.
    Deze gevierde werknemer gaat de volgende dag met een gegroeid gevoel van eigenwaarde en in de wetenschap dat hij zijn vrouw en kinderen elke maand op iets extra’s kan trakteren, naar zijn werk en blijft zijn best doen, omdat hij weet dat dat wordt opgemerkt en beloond. Arbeidsdynamiek.
    Obama gokt erop dat de crisis veel armen in zijn armen drijft en dat hij bij de veelal welgestelde intellectuele elite een schuldgevoel triggert dat hen aan hem bindt. Een schuldgevoel over hun verworven positie tegenover de kansarme gemeenschap.
    Maar het belangrijkste op de agenda van Romney is toch wel de hoop. Hij denkt met een positieve uitzicht op betere tijden de meerderheid van de swing states naar zich toe te kunnen trekken. En ik denk dat hij daarin gaat slagen.
    De wederopstanding van de ‘American Dream’.
    Wie heeft er ooit van een ‘Dutch Dream’ of een ‘Europese droom’ gehoord? Ik niet.

Geef een reactie

Lees vorig bericht:
camping
De prijs van het liberalisme: graffiti op bomen en ‘n zinloze hogesnelheidslijn (1) – door Victor Hanson

Terwijl ik vorige week aan het lezen was over Californies onstuitbare enthousiasme om de eerste fase van de aanleg van...

Sluiten