Waarom zou je de klassieken lezen? (2) – Door Victor Davis Hanson

Overvloed en losbandigheid

Nog een klassiek voorbeeld van ontmoediging: materiële vooruitgang gaat vaak gepaard met morele achteruitgang.

De knorrige Hesiodos zag dat in de in verval geraakte harde wereld van het vroeg 7e-eeuwse Boeotië, toen de opkomst van de stadstaat leidde tot een toename van het aantal goudzoekers, woordbrekers en oplichters. Het idee van de noodzaak van een dagelijkse overlevingsstrijd om een moreel evenwicht te behouden, wordt het best verkend in het werk van de grote vier Romeinse pessimisten – Juvenalis, Petronius, Suetonius en Tacitus.
Als Republikeinen voor hen, zoals Horatius en Livius, erop hadden gewezen dat een rijk, geglobaliseerd Romeins Middellandse Zeegebied het einde betekende van de oude Italiaanse deugden van het boerenleven, dan legden de latere vier tot in de kleinste details vast hoe precies – en hoe leuk het was om te verkwanselen wat anderen zeven eeuwen lang hadden doorgegeven. Het jaarlijkse diner voor Witte Huis-verslaggevers zou net zo goed kunnen plaatsvinden in het Huis van de Tragische Dichter in Pompei.

Het punt is niet alleen dat voldoende slaven, paarse textielverf, marmer, opzettelijk braken en een watervoorziening betekent dat we niet bij het krieken van de dag hoeven op te staan om in de wijngaard te werken en ons met ijskoud water te wassen en zodoende dus lui, corpulent en decadent worden. Het punt is vooral dat materiële vooruitgang meestal gepaard gaat met morele achteruitgang, vooral omdat het tijd kost om een kritisch bewustzijn en hersenconditie te ontwikkelen, de angst voor religie buiten beschouwing gelaten; als we op een beschaafde en overtuigende manier kunnen uitleggen dat een waardeloos iets van waarde is, dan zal het ook wel waarde hebben: Vero possumus! Wie zegt dat Lindsay Lohan minder interessant is dan generaal Mattis?

Het goede leven

In deze postmoderne wereld wordt de taal gelaagder – en plooibaarder – (vergelijk ‘overseas contingency operations’ met de strijd tegen het terrorisme, of ‘investeringen’ met overbesteding van de overheid). De sofistische burger heeft alle tijd en kunde om eeuwenoude protocollen te kritiseren. Zonder enige bezieling wordt hier het goede leven geleefd. Sarcasme, cynisme, scepticisme, nihilisme zijn zo alomtegenwoordig dat ze een derde en vierde betekenis moeten hebben.

Door het samenzweerderige lachje van Jon Stewart of David Letterman en de dure woorden-brij die wordt uitgekraamd door alle analisten op televisie zijn we zelf niet meer in staat om het volgende te stellen: ‘De Tsarnaevs zijn weerzinwekkende en slechte mensen. Hun moeder is de kluts kwijt. Ontsla degenen die deze walgelijke mensen heeft toegelaten. Er is iets vreselijk mis met de FBI.’ Als je dat zegt, dan ben je schuldig aan een gedachtemisdrijf dat groter wordt geacht te zijn dan het bloedbad dat op straat is aangericht.

Majoor Hasan vermoordt 13 mensen en verwondt er 29 en schreeuwt tijdens het schieten Allahu Akbar. In reactie hierop houdt het leger ons hetzelfde voor als de ‘Obama Borg’ (bestaande uit John Brennan, James Clapper, Eric Holder en Janet Napolitano): het afbreken van het diversiteitsprogramma van het leger zou een nog dramatischer gevolg zijn van dit ‘geweld op de werkvloer’. Straks gaat het hoofd van de NASA ons nog voorhouden dat het zijn hoofddoel is om gekrenkte moslims de hand te reiken.

Het punt is niet alleen dat de Seianus van Juvenalis, de Trimalchio van Petronius, de Caligula van Suetonius en de Nero van Tacitus slecht zijn, maar ook dat zij het product zijn van een maatschappij waar geldt dat hoe intelligenter iemand klinkt, hoe meer kleren iemand heeft en hoe groter iemands huis is, hoe amoreler iemand wordt. Als Rome geen Caligula had gehad, zou het er een bedacht moeten hebben.

Aldus schuurt het noodlottige liefdesdrama dat zich aandient voor de Filemon en Baucis van Ovidius, met hun eenvoudige beukenhouten kroezen en dagelijks gerief. Van de mythische Arcadia van Virgilius tot Et in Arcadia ego van Poussin altijd leeft bij de metroseksueel de wens om de wereld van van Justin Bieber, Facebook en Upper West Side in te ruilen voor iets wat eenvoudig en waarachtig is – maar tegelijk wordt gezien als iets wat voorgoed voorbij is.

Wat opmerkelijk dat deze lui niet eens gelukkig zijn als ze krijgen wat ze wilden. Of ze nu wel of niet fair handelen, ze krijgen Obamacare en nu willen degenen die het wetsvoorstel hebben geschreven dat zij en hun staf ervan vrijgesteld worden, alsof er nog steeds familiedokters bestaan die achterhaalde geneeskunde beoefenen vanuit een praktijk aan huis. Ze willen dat de slinkende rivieren in Californië vrijelijk naar zee stromen. zodat er fictieve zalm stroomopwaarts kan zwemmen, maar vertrouwen slechts op die vreselijke door de mens gemaakte stuwmeren om het benodigde water te verspillen.

De Californische steden Palo Alto en Menlo Park hebben alles waar zij zich op laten voorstaan: Obama, diversiteit, inkomensnivellering, een linkse gouverneur en volksvertegenwoordiging, een nieuw schoolcurriculum rond ras, klasse en gender, bij de vakbond aangesloten ambtenaren, een Democratische politieke klasse, de enorme rijkdom uit de groene Silicon Valley … en wat nog meer?

De jonge miljonairs verdringen zich om hun kinderen op een van de in aantal groeiende privéacademies te krijgen, zodat die niet het curriculum met de ‘anderen’ hoeven te volgen en zich niet hoeven aan te sluiten bij de achterstandsleerlingen, een groep die een logische gevolg is van hun eigen ideologie. Als ze knauwerig zouden praten, zou dat een herrijzenis betekenen van de zuidelijke academies van halverwege de jaren 60.

Fnuikende budgetbesparingen

Als ik de huidige campus zie van California State University – groter dan ooit, meer bestuurders dan ooit tevoren, het grootste aantal studenten aller tijden, studenten met een royale studietoelage die beschikken over een batterij gadgets en een nieuwe hogere middenklasser die geparkeerd staat in een van de gloednieuwe parkeergarages met zonnepanelen op het dak – dan hoor ik van ‘fnuikende budgetbesparingen’, ‘benadeling van studenten’ en ‘een campus in crisis’ en vermoed ik dat de meeste afstudeerders van het jaar 1960 de huidige curricula een lachertje zouden vinden en dat studenten van deze tijd zouden zakken voor de meeste vakken van vijftig jaar geleden – niettegenstaande de iPads en Twitter.

Als de moderne serieuze student met een koptelefoon de keuze heeft om het wereldschokkende ‘Ik loop net het studentencentrum binnen’ te sms’en, of ‘amo, amas, amat‘ uit het hoofd te leren, dan ligt het voor de hand hoe die ene wegtikkende minuut besteed wordt in dit nulsomspel van 24 uur in een vervliegende dag.

Wordt vervolgd.

Bron: PJMedia
Vertaling: HVW 

Bestel alvast het boek 'Op zoek naar de Amerikaanse droom'

en krijg toegang tot alle artikelen op de website.

inclusief :

  • Boek 'Op zoek naar de Amerikaanse droom' (ISBN: 978-99904-1-610-7)
  • Columns, interviews en reisverslagen van Leon de Winter
  • Columns van gerenommeerde columnisten, commentatoren en analisten
  • Links naar nog meer interessante artikelen en verhalen
Geen reacties tot nu toe.

Geef een reactie

Lees vorig bericht:
boek
Waarom zou je de klassieken lezen? (1) – Door Victor Davis Hanson

We kennen allemaal de gebruikelijke redenen die ons aansporen de klassieken te lezen – aangrijpende personages, oorspronkelijke ideeën, blauwdrukken van...

Sluiten