Wat is er toch misgegaan? – door Leon de Winter

Aan de rand van Selma, een verarmd agrarisch stadje in het midden van Californië, woont professor Victor Davis Hanson: classicus, boer, columnist, militair historicus en gesprekspartner van George W. Bush. Professor Hanson is een van de belangrijkste denkers van de conservatieve beweging in Amerika, maar in Europa zo goed als onbekend.

De kennismaking

De boerderij waarin hij woont is door een voorvader in de negentiende eeuw gebouwd. Een muur schermt de boerderij van de weg af, eromheen liggen de vlakke velden vol druivenranken – tot aan de horizon. Het is geen mooi landschap, geen Bordeaux of Bourgogne. Ook de velden stralen de armoede van het moedoos ogende Selma uit.

Twee honden begroeten ons als we de oprijlaan op lopen, onze auto hebben mijn zoon en ik langs de weg gelaten. Hanson komt naar buiten: een slanke man met een getaand gelaat, alsof hij zijn leven als boer heeft doorgebracht. Dat heeft hij niet. Hij was lange tijd hoogleraar aan de universiteit van Fresno. Hij is nog steeds verbonden aan het prestigieuze Hoover Instituut van de universiteit van Stanford en geeft cursussen aan allerlei topuniversiteiten.

Hij is iets ouder dan ik, maar lijkt jaren ouder – althans, dat maak ik mezelf wijs. Het is zaterdag en hij draagt een spijkerbroek en trui. Hij leidt ons naar binnen, een beetje onwennig met het bezoek uit Holland, en naar de family room, een grote kamer naast de keuken. Op tafel staan koekjes, crackers en stukjes kaas klaar. Later zal zijn vrouw een lunch brengen: steak met een mengsel van groeten en rijst.We gaan aan de eettafel zitten. Stroef beginnen we met ons gesprek.

Ik leg hem uit dat ik al jaren zijn stukken lees over het veranderende Amerika, dat zijn van oorsprong protestantse Angelsaksische identiteit aan het verliezen is. Ik vertel dat ik een jaar over zijn land ga schrijven en dat ik hem als eerste wilde spreken. Hij is per slot van rekening de schrijver van Mexifornia, een geruchtmakend boek over de effecten van illegale immigratie vanuit Mexico naar Californië. Voordat ik hem de eerste vraag kan stellen, stelt hij mij een vraag.

What went wrong?

Hanson: Ben jij zo’n Europeaan die we vaak tegenkomen? Die willen niet als Amerika zijn, maar ze bidden dat Amerika blijft bestaan. Ze hebben een vermoeden dat als je een vrije samenleving hebt, er meer welvaart zal ontstaan. Maar ze kunnen dat niet toegeven, want dan zouden ze toegeven dat ze in de verkeerde samenleving leven.

Nee, zo iemand ben ik niet.

Europees conservatisme is anders dan het Amerikaanse. Jullie hebben niet zoiets als de Tea Party, het recht om wapens te dragen, en dergelijke.

Nee. Maar zo veel verschillen zijn er ook niet. Voordat we die bespreken, wil ik u de vraag stellen die ik een jaar lang aan mijn gesprekspartners ga stellen: What went wrong?

Je bedoelt, what went wrong na 2008?

Niet alleen toen. Wat ging er cultureel mis met het westen?

Ik heb een vader gehad die 45 missies met een B29 gevlogen heeft. En de man naar wie ik ben vernoemd is gesneuveld op Okinawa. Ze leefden eenvoudige levens op boerderijen. Dit huis gaf onderdak aan negenentwintig familieleden tijdens de Depressie, toen ze honger hadden. We kwamen uit de Depressie, uit de Tweede Wereldoorlog, we kregen deze enorme welvaart. Europa lag plat, Japan lag plat, Rusland speelde geen rol en China onder Mao was bezig zelfmoord te plegen.

Wij bouwden de hele wereld op. Deze welvaart ontstond heel snel in de jaren vijftig en zestig. We brachten een generatie voort die nu zestig jaar oud is. Deze mensen hebben twee drijfveren. Ten eerste: ze willen niet lijden zoals hun ouders hebben geleden. En dat kan. Ten tweede: ze willen consumeren. Ze hebben materiële keuzes zoals niemand eerder in de geschiedenis heeft gehad.

Eisen en uitstellen

Tot de jaren zestig bestonden nog echte gemeenschappen. De kerk was nog belangrijk. De mensen geloofden nog in Amerikaanse waarden, of deden alsof ze erin geloofden. Alles werd in de jaren zestig overhoop gehaald. Waar ik me nu zorgen over maak, is dat zoveel mensen zich niet meer verantwoordelijk voelen voor de gemeenschap. En dat heeft niets te maken met ras of etniciteit. Mensen eisen dat de overheid materie en diensten levert.

In mijn eigen omgeving zie ik het volgende: jonge mensen stellen het begin van een produktief leven uit. Ze studeren heel lang, gaan reizen. Vroeger kende je sociale schaamte als je niet produktief was. Dat is helemaal weg. Het is zelfs omgekeerd, zoals de Occupy-beweging laat zien: geïnstitutionaliseerde jaloezie. Jaloezie en afgunst als waarden. Dat hoort niet bij het echte Amerika. Maar de huidige president speelt daarop in.

Kijk naar de traditionele media, naar de grote kranten. Kijk naar de Hollywood-films. En kijk ook naar de grote stichtingen, zoals de Rockefeller en Ford Foundations. Overal klinkt dezelfde boodschap: dat de overheid diensten en materie moet leveren en dat je daar als burger recht op hebt.

Maar hier in Amerika heb je ook een alternatief medialandschap. Talk radio bestaat hier, en conservatieve websites.

Dat is hoopvol. Kijk eens naar Ronald Reagan, hij was drieënvijftig toen hij gouverneur van Californië werd. Hij faalde twee keer toen hij de presidentsnominatie wilde krijgen. Hij was een pragmatische president. En elke avond kregen we op televisie te horen dat hij een simpele man was, een mislukte acteur. Er bestonden geen culturele tegenkrachten. Nu wel. Fox News bestaat nu. Ja, je hebt gelijk, dat is hoopvol.

Nu bestaat er nog een hiërarchie in het belang tussen een gedrukte krant en een virtuele krant. Dat is over tien jaar weg.

Natuur versus technologie

Als ik een boek heb geschreven is het van groot belang om een recensie in The New York Times te krijgen. Dat is aan het veranderen. Op het internet ontstaat een nieuwe meritocratie. Daar is het niet meer van belang wanneer je een graad gehaald hebt op Harvard. De schrijvers op het internet zijn meer en meer afkomstig uit het volk. We leven in een opwindende tijd, maar er zijn ook beperkingen. Een voorbeeld: ik schreef gisteren een artikel over technologie.

De opvattingen over abortus zijn aan het veranderen. Waarom? Omdat mensen door de technologie de foetus kunnen zien en zelf kunnen vaststellen dat het een levend wezen is. Daar staat iets tegenover wat we bij het leger kunnen zien. We kunnen nu met een drome iemand in Pakistan opblazen. Maar daarmee win je geen oorlog. Je moet nog altijd de vijand verslaan en hem vernederen. Dus ja, er verandert veel door technologie. Maar de menselijke natuur blijft dezelfde.

Mij wordt door jonge mensen vaak gevraagd: Wat zal ik gaan studeren? Ik zeg dan altijd: Ga declameren. Klassieke talen studeren. Maar ze willen allemaal een website. Het is een middel, een heel effectief middel. Maar de menselijke natuur verandert daardoor niet.

En toch is er meer balans in de confrontatie van ideeën en ideologieën. Door moderne technologie.

Zeker. In onze tijd kun je niet zomaar iets verdonkeremanen. Een voorbeeld: ik ken geen land in de geschiedenis dat niet de eigen natuurlijke bodemschatten exploiteerde. We hebben enorme olie- en gasvoorraden in Alaska, Utah, Colorado, Californië, Bakersfield, de Golf van Mexico en de kust voor Virginia. En we hebben een president die zegt: Je moet je banden oppompen, dan verbruik je minder benzine. De minister van Energie wil over alles praten, maar niet over benzine. Voor onze manier van leven hebben we olie nodig. Ze willen er niet over praten. Maar dat gebeurt toch. Dankzij moderne technologie.

Californië was ooit de beste staat van de USA. Een voorbeeld voor de wereld. U heeft veel geschreven over de ondergang van het gouden Californië.

Renaissance

Toen ik naar school ging, was zestig procent van mijn medeleerlingen van Mexicaanse afkomst.  Ze zetten ons bij elkaar en zeiden dat we Engels moesten praten. Dat kan niet meer. Als je dat eist, ben je een racist. Zo gaat dat met het milieu, met oorlog en vrede. Moreel relativisme en cultureel pacifisme hebben ons op de knieën gebracht. Maar ik hoop dat we een renaissance krijgen. Het kan zo niet langer doorgaan. In die zin is Obama goed geweest voor Amerika. Niemand had gedacht dat hij het zou worden, gezien zijn verleden. Maar de kans om op de eerste zwarte president te stemmen kon niemand laten lopen. Het wordt interessant met Obama.

De benzineprijs moet naar Europees peil, zegt zijn minister van Energie. Illegale immigranten moeten kunnen klagen over hun werkgevers. Dergelijke dingen zijn nu aan de orde van de dag. Obama is de eerste president die voortkomt uit het idee van positieve discriminatie ten aanzien van minderheden. Hij mat zich als student kunstmatig een zwart accent aan, zo sprak hij niet toen hij jong was.

Hij wekte de indruk dat hij het verschil tussen rode en blauwe staten [rood is Republikeins, blauw is Democratisch – LdW] zou opheffen. Maar positieve discriminatie maakt ras en etniciteit het belangrijkste onderscheidende argument tussen individuen. Daarvan heeft Obama persoonlijk geprofiteerd, ofschoon hij een zwakke student was die een studie aan Columbia en Harvard niet op eigen kracht kon rechtvaardigen.

Wil Obama het model van de Europese verzorgingsstaat introduceren?

De traditionele rem op misbruik in de verzorgingsstaat was schaamte. Ik groeide op in een homogene samenleving. In ieder geval qua waarden, want mijn familie is volledig gemengd qua afkomst en daar bestond het woord verzorging niet. Iemand ‘trok steun’ als hij een uitkering kreeg. Dat was beschamend, tenzij het nodig was als je bijvoorbeeld een been verloren had of door andere omstandigheden niet voor jezelf kon zorgen. Als je niet productief was, was je een klaploper. Je liet je cheque met het bedrag van je uitkering aan niemand zien.

Dat veranderde na de grote immigratiestromen. Het idee van het slachtofferschap werd geïntroduceerd. Je eiste overheidssteun omdat je een slachtoffer was. Zo is er een heel systeem, een hele hiërarchie van slachtoffers ontstaan. De Albanezen gaan naar Griekenland en eisen van alles, want ze zijn slachtoffers. En de Grieken eisen van de Duitsers allerlei gunsten, want de Grieken zijn slachtoffers. Uiteindelijk is iedereen slachtoffer. En dan houdt alles op.

In Europa bestaat het verschijnsel, dat overigens niet algemeen is, dat immigranten uit Noord-Afrika van alles en nog wat in de verzorgingsstaat opeisen en ons tegelijkertijd in ons gezicht uitlachen, want we zijn zo stom om te geven wat ze eisen. 

Nieuwe welvaart

Dat slachtofferschap gaat zo ver dat onze president zich verontschuldigt voor het verbranden van exemplaren van de Koran, die islamitische gevangenen zelf hebben onteerd door erin te schrijven. De relschoppers hebben afkeer van ons, omdat ze voelen dat we geen zelfvertrouwen hebben en niet voor ons waarden opkomen. Stel je Generaal Patton voor, die in 1942 in Tunesië iemand tegenkomt die zegt: We gaan een van jouw soldaten doden, want hij heeft een Koran verbrand. Hoe zou Patton gereageerd hebben? Kan dit gedrag zo doorgaan? Ik denk het niet. Deze dingen hebben hun eigen houdbaarheidsperiode.

Wat is er nu precies fout gegaan? De opkomst van ideologieën die het concept vrijheid ondergeschikt maakten aan andere concepten, zoals sociale rechtvaardigheid?

Succes was iets dat zwaar bevochten moest worden in de jaren vijftig. Je moet eens kijken hoe zwaar het programma aan universiteiten was in die tijd. Je trouwde op je eenentwintigste, kreeg snel drie kinderen. Je werkte lang, werd vernederd op je werk en het was een kunst geen alcoholist te worden. De generatie die in de jaren zestig volwassen werd, weigerde dat alles. Ze wilden niet meer deelnemen aan die rat race. En de nieuwe welvaart maakte dat ook mogelijk.

Je kon veel krijgen zonder je ervoor in te zetten, zonder ervoor te lijden. Je eiste het gewoon op. En je begon wat er was structureel te bekritiseren. De planeet was vol, auto’s vervuilden het milieu, enzovoorts. Je kreeg een andere intellectuele architectuur. De ideologie van radicaal links werd daardoor mainstream.

En daardoor werd de gedachte dat de meeste conflicten in de wereld bepaald worden door sociaal-economische verhoudingen gemeengoed.

De Amerikaanse paraplu

Mensen trekken ook om andere redenen dan alleen economische ten oorlog. Trots bijvoorbeeld, of afgunst. Of eer. Argentinië had de Falklands niet nodig, maar het was belangrijk voor hun zelfbeeld. Als Europeanen willen denken dat sociaal-economische redenen de belangrijkste zijn bij conflicten, dan staat ze dat vrij. Maar andere mensen hoeven dat niet te denken. De Amerikaanse militaire paraplu behoedde Europa voor confrontatie met andere drijfveren dan alleen sociaal-economische.

Maar ik ben bang dat de conflicten van de negentiende eeuw terugkeren. Europa kan zichzelf niet beschermen, en Amerika heeft er geen geld meer voor. Waarom heeft een land als Pakistan nucleaire wapens en Duitsland of Nederland niet? Wat gaat er gebeuren als de Amerikaanse paraplu wordt dichtgeklapt?

Effecten van op zich positieve ontwikkelingen, zoals welvaart, mobiliteit en educatie hadden averechtse effecten vanaf de jaren zestig?

Neem nu educatie. De helft van onze bevolking bezocht of bezoekt de universiteit. Niet meer vier jaar, maar zes of acht. We hebben duizend miljard dollar studieschuld opgebouwd. Tegelijkertijd verlaten steeds meer mensen de arbeidsmarkt. We halen ze uit het arbeidsproces terwijl ze studeren en leren ze steeds minder. Ik zag bij die demonstraties van de Occupy-beweging een vrouw met een bord waarop stond: ik heb een graad van Brown University en ik heb geen stuiver.

Ze wilde zeggen: ik kan nadenken, ik kan je precies zeggen waarom we niet de bom op Hiroshima hadden mogen gooien, ik kan je precies zeggen waarom we geen fossiele brandstoffen moeten verbranden. Ik ben sophisticated, ik ben slimmer dan een vrachtwagenchauffeur, dus heb ik recht op geld en aanzien. Ik wil m’n handen niet vuilmaken in een hotdog-kraam, ik ben geen verzekeringsagent. Begrijp je niet wat ik nodig heb? Hier ging die hele Occupy Movement over.

Dus die beweging was machteloos narcistisch?

Het was een intern conflict van leden van de bevoorrechte klasse. De ene groep zei tegen de andere groep: Jullie op Wall Street hebben teveel gepakt, maar we zijn samen naar school gegaan! We zijn in filosofisch opzicht elkaars gelijken, en wij hebben niks en dat is niet eerlijk. En opnieuw geldt hier de vraag: waar leidt dit toe?

Frankrijk in de achttiende eeuw mondde uit in Napoleon. De Weimar Republiek in Hitler. Gewoonlijk volgt er altijd een reactie op dergelijke ontwikkelingen.

Hansons vrouw bracht ons onverwacht een warme lunch. De spanning van het begin van onze ontmoeting was opgelost. Hanson was ontspannen, sprak met onmiskenbaar plezier over zijn zorgen – dat is wat sommige intellectuelen zo fascinerend maakt: hoe zij met plezier over zorglijke thema’s praten.

Volgende week het tweede deel van dit gesprek.


Bestel alvast het boek 'Op zoek naar de Amerikaanse droom'

en krijg toegang tot alle artikelen op de website.

inclusief :

  • Boek 'Op zoek naar de Amerikaanse droom' (ISBN: 978-99904-1-610-7)
  • Columns, interviews en reisverslagen van Leon de Winter
  • Columns van gerenommeerde columnisten, commentatoren en analisten
  • Links naar nog meer interessante artikelen en verhalen
Reacties zijn uitgeschakeld
Lees vorig bericht:
LA
Vertrekpunt: Los Angeles – door Leon de Winter

Moos, mijn zoon, was twee maanden oud toen hij voor het eerst naar Amerika reisde. Mijn vrouw en ik verbleven...

Sluiten